Schelpenpad aanleggen: zo doe je het zelf
Een schelpenpad leg je in een middag aan. Je hebt geen tegels, geen zand en geen specie nodig: je graaft het pad uit, legt de rand en strooit de schelpen erin. Het resultaat is een pad dat water doorlaat, er natuurlijk uitziet en waar je na een regenbui gewoon overheen loopt.
Op deze pagina lees je hoe je een schelpenpad aanlegt, hoe dik de laag moet zijn en hoeveel schelpen je nodig hebt.
Waarom kies je voor een schelpenpad?
Een tuinpad van tegels of klinkers laat weinig water door. Na een flinke bui blijft het water op het pad of ernaast staan. Schelpen werken anders. Ze liggen los en luchtig op elkaar, waardoor regenwater tussen de schelpen door de bodem in zakt.
Schelpen zijn bovendien een natuurlijk materiaal, zonder chemie en zonder synthetische stoffen. Ze geven je tuin een lichte, rustige uitstraling en passen bij een strakke tuin net zo goed als bij een natuurlijke tuin.
Welke schelpen gebruik je voor een tuinpad?
Niet alle schelpen zijn hetzelfde. Bij veel schelpen zit nog zand, gruis of zout. Zand en gruis spoelen tussen de schelpen en maken het pad minder waterdoorlatend. Zout geeft een zilte geur.
Onze schelpen komen rechtstreeks uit de Noordzee en worden standaard gewassen met zoetwater. Daarna zeven we ze op 15 tot 35 mm, zodat het zand en het gruis eruit zijn. Die zeefmaat is geschikt voor een tuinpad.
Je bestelt de schelpen in een bigbag van 1 m³ (circa 700 kg) voor € 150 inclusief btw. Bekijk de bigbag schelpen.
